Nog één keer loop ik naar het strand, de zee in Denemarken, voordat we naar huis gaan. Om afscheid te nemen van deze heerlijke plek. En van de heerlijke vakantie. Het is mistig. Ik zie alleen de zee, de golven, kalmpjes hun slag slaan op het zand. De zon komt er maar moeizaam door. Daar sta ik dan, met mijn ogen dicht, genieten van het geluid en de warmte die voorzichtig door de mist mijn gezicht bereikt.
Als ik mijn ogen open doe, zie ik een oude man naar mij zwaaien. Hij brabbelt wat in het Deens waar ik geen touw aan vast kan knopen.
“It’s a beautiful day”, zeg ik.
In het Engels vertelt de man dat hij moest denken aan een lied over de zon die de mist doet verdwijnen. Op dat moment lukt het de zon voorzichtig tevoorschijn te komen. De man loopt door. Ik besef hoe fijn het is om vanuit een helder hoofd de wereld om mij heen te kunnen zien.
10 jaar geleden was dit wel anders. Wist je dat je ook een soort mist in je hoofd kunt hebben? Ze noemen dit ook wel dissociëren. Je bent er wel maar ook weer niet. Dit is een overlevingsmechanisme dat bij mij ergens rond mijn 12e jaar is ontstaan. Mijn moeder lag toen vaak boven in bed. Ze was erg somber en huilde veel. Ze zei vaak dat ze niet meer wilde leven en ik mocht niet naar haar toe. Terwijl ik haar zo hard nodig had.
‘Laat je moeder maar’, zei mijn vader dan.
Ik zie zijn machteloze gezicht als hij mij aankijkt. Maar het ging toen ook niet zo goed met mij. Als volwassene ben ik gaan beseffen dat ik veel kwijt ben qua herinneringen in die periode. Toen zat ik op de huishoudschool. In het 1e jaar liep ik vaak huilend de klas uit. Thuis stond ik bekend als dramaqueen. Er was altijd wel wat met mij. Onbewust kreeg ik de boodschap mee dat ik niet zo moest zeuren en aanstellen. Mijn ouders hadden genoeg aan hun eigen zorgen en problemen. Daarna keerde ik naar binnen. De mist is onbewust in mijn hoofd gekomen. Niet helemaal maar in een deel van mijn hoofd. Een deel waar vervelende, nare gebeurtenissen door de mist niet meer gezien kunnen worden. Het andere deel van mij leefde een ‘normaal’ leven.
Tot tien jaar geleden. Ik had zoveel pijn in mijn lichaam en de mist in mijn hoofd was alleen maar dikker geworden. Ik kwam met een burn-out thuis te zitten. Toen een maatschappelijk werker mijn verhaal aanhoorde en vroeg of ik weleens van KOPP (Kind van Ouder met Psychische Problemen) had gehoord, ging er een lichtje branden in mijn hoofd. Ja, ik weet niet anders dan dat mijn moeder altijd ziek was. Ze was vaak depressief en had altijd veel pijn. Ik weet inmiddels dat ze in haar leven veel heeft meegemaakt.
Ik heb het als kind erg moeilijk en zwaar gevonden om mijn moeder zo te zien lijden. Onbewust werd haar lijden mijn lijden. Hiervoor moest ik beschermd worden. Anders ging ik er als kind onderdoor. Zo is onbewust als kind de mist in mijn hoofd ontstaan.
Hier op het strand in Denemarken kijk ik nog één keer met een grote glimlach om me heen. Ik maak een diepe buiging voor de mist die inmiddels is verdwenen. En kijk naar de vissershaven iets verderop, de zee, de zon en de prachtige heldere lucht.

